De eerste riksjatocht

“Oh, het wordt steeds schitterender!” riep de kranige 85-jarige, toen ze over een pad door de Mortelen reed, gezeten op de voorbank van de nieuwe riksja. “En wat is het hier groen! Echt groener dan groen! Alles leeft en groeit hier”. Naast haar zat een even krasse 83-jarige, en samen genoten ze als kinderen van deze riksjatocht door het Groene Woud. Na vele jaren voelden ze zich weer een met de natuur. De beide dames werden gereden door Annelies Berende, die de riksja bereed alsof ze dat al jaren deed. Zij was één van de tien mensen die bij de crowdfundingsactie voor de riksja € 100 had ingebracht en daarvoor als beloning nu een riksjatocht kreeg aangeboden, nog vóór de officiële ingebruikname. Wie ze meenam mocht ze zelf uitkiezen en ze had deze vrouwen van 80-plus gekozen, omdat die houden van iets nieuws en iets bijzonders.

Een beetje aarzelend was Annelies bij Kanidas op de gloednieuwe riksja gestapt. Haar dames had ze geholpen met instappen en de gordel vastmaken. Nu was het trappen, sturen, remmen, schakelen en dat alles tegelijk. 100 meter na de start schampte ze nog een houten hoekpaaltje bij het parkeerterrein voor Kanidas, maar geleidelijk aan ging het besturen steeds beter en begon ze er schik in te krijgen.  Vaardig nam ze scherpe bochten. De beide dames hadden zich er al over verwonderd, hoe verend de riksja over de wegen reed, ook als die uit klinkers bestond. “Helemaal niet van hobbel-de-bobbel, zoals je vaak hoort van mensen met een scootmobiel.”

Als bestemming van deze eerste riksjatocht hadden ze samen kasteel Stapelen in Boxtel gekozen. Maar al snel kwamen ze erachter dat dat voor de eerste keer toch wat te ver gegrepen was. Het werd halverwege: Herberg De Schutskuil. De eerste tussenstop was bij de activiteitenboerderij Antonius­hoeve, waar ze een kopje koffie dronken, samen met de mensen van Kanidas die hier vandaag zouden bezig zijn (bezigheidstherapie). Toen ze Best en Aarle uit waren en over de rustige buitenwegen reden, begon het echte genieten. “Heerlijk hier, tussen de weilanden, mais, aardappelen en de boerderijen met hun fleurige tuintjes.” Tussen de koeien, de paarden en zelfs herten en twee lama’s in de wei.

Maar eenmaal in de bossen gingen ze echt uit hun dak. Langs de Woekense Steeg torenhoge populieren, sommige trots met hun takken reikend in de hemel, sommige afgebroken door de bliksem of overwoekerd met klimop, maar sommige ook met een blanke stam opgefleurd met vele prachtige elfenbanken als juwelen. Bij een houten bankje in het bos stopten ze even. “Hier hoor je wel eens een nachtegaal zingen, ’s morgens vroeg of op het eind van de middag,” zei John, die het riksjastel tot nu toe begeleid had op zijn fiets. En hij plukte langs het pad een hele hand vol zoete, zwarte bramen, waarop hij de dames trakteerde. Ze voelden zo af en toe ook wel een druppel, maar net voordat het een regenbui werd, bereikten ze Herberg De Schutskuil. Op het terras onder een groot zonnescherm, die nu als reuzenparaplu dienst deed, genoten ze van de koffie, een appelgebak en nougatinegebakjes met slagroom. Na een kwartier was het uitgeregend  – soms valt het geluk als rijpe appels in je schoot – en ondernamen ze de terugtocht, voor de zekerheid gehuld in regenjack en een plastic zak als voetenbeschermers. Toen ze thuis voor hun voordeur weer werden afgezet, zeiden ze wat voor een fantastische uitvinding ze die riksja vonden en hoe mooi en plezierig ze deze tocht hebben ervaren. En spraken ze de verwachting uit dat nog veel mensen van zulke mooie riksjatochten zullen genieten.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *