‘Mijn achternaam is Rebel, dat zegt al genoeg’

Carolina Rebel, thuis in haar rolstoel

In de riksja bij Fietsen Alle Jaren horen onze piloten de meest bijzondere verhalen van hun passagiers. Het zou zonde zijn als die verloren gaan. Daarom worden deze verhalen opgetekend, zodat iedereen kan ervaren hoe mooi Fietsen Alle Jaren en onze passagiers zijn. Deze keer: Carolina Rebel uit Scheveningen.

‘Sinds een paar maanden woon ik in een verpleeghuis. Hier kwam ik Fietsen Alle Jaren tegen. Ik ging naar het restaurant hier in het verpleeghuis en zag iemand staan met zo’n banner. Dat was Ankie, de riksjef van Fietsen Alle Jaren Scheveningen. Ik dacht: “dat is zeker reclame ergens voor.” En inderdaad… Ankie legde me uit dat het voor Fietsen Alle Jaren was, en dat leek me wel leuk voor al die mensen hier. Ik dacht geen moment dat ik zelf meekon, want ik mis mijn onderbenen.

De dag erna was de riksja er ook; het was een probeermiddag. Maar er was zo weinig animo! De eerste man die een kort probeerritje maakte, werd meteen weer voor nog een ritje meegenomen, want niemand anders wilde. “Ik heb geen zin in fietsen,” klagen ze hier dan. Toen vroegen ze aan mij: “Carolina, is dat niet iets voor jou?” En voor ik het wist, hadden twee van de broeders mij erin getild en gingen we op weg. Ik vond het meteen geweldig, want sinds mijn benen vorig jaar geamputeerd werden, voelde ik me opgesloten. Het is net of ik in een kist lig, met dat bed hier. Ik slaap tussen twee planken; aan elke zijkant een.

Mijn tweede rit ging naar het Zuiderpark. Dat was nog verder dan mijn eerste rit, toen gingen we naar de duinen. Ik kan het niet verklaren, zo mooi vind ik de duinen. Ik hou van de natuur. Vroeger kon ik d’r uit en dan zat ik gelijk in het park, want toen woonde ik in de Achterhoek, in Doetinchem. Je fietste daar zo langs de weilanden, de schapen en de herder. Die trokken rond; als ze een stuk land een beetje kort gemaaid hadden, gingen ze door naar het volgende.

Mijn naam is Rebel

Ik kom trouwens niet uit Doetinchem, maar uit de Randstad. God leidde me naar Doetinchem, om te evangeliseren. Niet dat ik gelovig ben opgevoed. Maar ik ben wel heel nieuwsgierig. Als ik een open voordeur zie, dan moet ik kijken wat daar achter zit. Zo ging het ook met religie. Ik heb van alles gedaan: hindoeïsme, Jehova’s getuigen, en nog veel meer. Als ik het dan uitprobeerde, vond ik uiteindelijk toch dat het niet helemaal was wat ik zocht en ging ik door naar het volgende.

Op een gegeven moment dacht ik zelfs: “Het is wel goed geweest. Ik heb een gezin, ik heb de kinderen goed opgevoed en nu is het klaar.” Dat was in de jaren ’90. Maar mijn achternaam is Rebel: dat zegt al genoeg. Dus ik deed nog één poging om de zin in het leven te vinden.

Rond die tijd kwam ik bij het Capitol in Den Haag, bij John Maasbach. Dat was in een soort bioscoop. Bij binnenkomst werd ik begroet, en er waren ook van die mensen die me wezen waar mijn plaats was. Maar ik was wel vaker in die bioscoop geweest, toen die nog niet als kerk gebruikt werd. Dus diende ik hen van repliek dat ik er wel vaker was geweest en dat ik ook zelf wel wist waar ik kon gaan zitten. En toen begon de voorstelling.

Wist ik veel

Het was haast of ik een komiek bezocht, zo grappig! Maar daarna begon de bijbellezing, daarbij viel ik natuurlijk in slaap. Veel te saai. Ik werd weer wakker omdat iedereen gevraagd werd op te staan voor het gebed. Daar bidt iedereen hardop, dat vond ik wel amusant; staat ineens iedereen te praten. Dus deed ik dat zelf ook maar eens: “Als je God bent, laat het me dan weten! Anders ga ik; ik weet hoe het moet, want ik heb het al eens geprobeerd. Gewoon pillen opsparen, alles in een keer erin en dan val je in een zwart gat.” Want als dit niet was wat ik zocht, dan zou ik echt uit het leven stappen.

Bij de uitgang stond een ouderling met zo’n naamkaartje.
“Hoor je hier ook bij?” vroeg ik hem.
“Huh, hoezo?”
“Nou, je hebt toch zo’n naamkaartje?!”
Toen legde hij uit dat hij ouderling was en nam hij me weer mee naar binnen.
“Zal ik voor u bidden, mevrouw?” vroeg hij. Ik ben bij zo veel geloven geweest, maar nooit hebben ze me dat gevraagd. Ik vond het allemaal wel best. Daarna vroeg hij of ik het zondagsgebed wilde bidden. Wist ik veel hoe dat moest.
“Leg me dan maar uit hoe dat moet,” zei ik hem. Het bleek heel simpel te zijn. Op dat moment wist ik dat dit was wat ik altijd al zocht en heb ik mijn hart aan God gegeven. Daarna ben ik aan het evangeliseren geslagen.

Niks voor mij

In Doetinchem stond ik altijd voor de HEMA te evangeliseren. Ik begroette de mensen die langskwamen, vertelde ze dat God van hen houdt en bood ze traktaten aan. Natuurlijk wilde lang niet iedereen die aannemen en dat hoeft ook niet. Soms kwamen er ook Jehova’s langs, die mij dan probeerden te bekeren. Dan praatte ik met hen en vertelde ik dat ik het al geprobeerd had, maar dat het toch niks voor mij was.

Na meer dan tien jaar in Doetinchem ben ik terug gegaan naar de Randstad, omdat in 2014 en 2015 zowel mijn kleinzoon als mijn zoon kanker kregen en overleden. 17 en 56 waren ze. Het was me te veel en te ver reizen, tijdens hun ziekbed en naar de begrafenissen. In 2015 ben ik dus naar Delft verhuisd, om weer dicht bij mijn familie te zijn.

Binnen een maand na de verhuizing kreeg ik een ontsteking aan mijn voet. Vanwege mijn diabetes genas dat slecht, dus is het weggesneden. Later werd mijn hele grote teen eraf gehaald. En ook de andere en uiteindelijk vorig jaar mijn beide onderbenen. Ik moest revalideren in Delft, maar daar moest mijn bed plotseling vrij komen voor de volgende patiënt. Ik werd dus naar Scheveningen gestuurd voor het appartement hier zelfs maar af was! In negen maanden tijd ben ik teruggegaan van iemand die zelfstandig woont naar iemand die totaal afhankelijk is van zorg.

U weet dat ik het wil

Gelukkig kwam toen Fietsen Alle Jaren op mijn pad. Ik ben wel van plan er binnenkort mee stoppen, want ik zou een scootmobiel krijgen waar mijn rolstoel in kan. Daarmee wilde ik er zelf op uit. Maar of dat lukt, weet ik niet meer zeker. De wmo was namelijk al begonnen het te regelen, maar gaf toen alsnog rood licht, want “het is te duur.”

Niet dat ik me daardoor laat tegenhouden, hoor. Ik zeg gewoon: God, alles is aan U. U weet dat ik het wil. Als U het wilt, krijg ik een rolstoelscootmobiel. En als U het niet wilt, dan wil ik een elektrische rolstoel met zes wielen. Dan leer ik wel daarmee zelf naar buiten te gaan, de natuur in. Desnoods zelfs met mijn huidige elektrische rolstoel met vier wielen. Die heeft eigenlijk een te beperkte accu daarvoor, maar hij kan wel in de Regiotax rolstoeltaxi. Want hoe dan ook, ik moet eruit.’

 

Bent of kent u ook iemand die de meest bijzondere verhalen te vertellen heeft tijdens de riksjatocht? Neem dan contact op met mij via s.hoeks@fietsersbond.nl. Ik kom graag een keer langs voor een interview!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *